
Nog twee dagen en dan is het vertrek. Het begint nu heel erg tastbaar te worden. Afgelopen zaterdag hebben we een afscheidsfeestje gegeven, en heb ik kado's, veel hugs en raadgevingen ontvangen. Ik heb ze opgeslagen in mijn (geestelijke) rugzak, daar ga ik op momenten dat ik stuk zit, uit putten.
Het woord Kenia kwam natuurlijk erg vaak langs. Voordat ik daar aan de grens sta is het eind februari dus er is nog tijd genoeg om het stof te laten neerdalen. Voorlopig maak ik me nog geen zorgen.
De tassen zijn ingepakt, en de fiets is in de doos gedaan. Qua gewicht zit ik net aan de limiet (en dan heb ik nog een extra tas bijgekocht), dus ik denk dat ik de fietsdoos ook voor andere zaken dan mijn fiets ga gebruiken.
Vanuit allerlei hoeken van de wereld word ik sterkte gewenst, en krijg ik hints en tips mee, er wordt op grote schaal meegeleefd, leuk. Ook de Pola van der Donck stichting is al bekender dan ik dacht, goede hoop dus dat er aan het einde van de reis een mooi bedrag is opgehaald.
De emoties gaan van hoog ("yes, het gaat gebeuren"), naar laag ("Hoe gaan we het vier maanden zonder elkaar uithouden?") en weer terug, en dat een paar keer per dag. Ook de malaria-pillen werken niet echt mee aan een gevoel van balans. Ik zal blij zijn als ik in het vliegtuig zit.
Geen to-do-lijsten meer, geen bezoeken meer aan fietsenwinkels, geen trainingen in het donker, ik wil fietsen. Let's go!