15 januari 2008

De eerste paar dagen: als de brandweer


Op de eerste dag van Tour d’Afrique 2008 zijn we in convooi van het hotel naar de pyramiden gereden. Daar waren er een paar korte toespraken en werden er onnoemelijk veel foto’s gemaakt. Vervolgens in convooi naar de rondweg van Cairo waar we “losgelaten” werden en begeleid door een politiecordon konden gaan racen. Nu had ik me voorgenomen om niet te gaan racen en het de eerste week rustig aan te doen, maar dat voornemen heeft ongeveer 1 minuut stand gehouden. Voordat ik goed en wel op stoom lag zag ik dat ik een kopgroepje zat met drie anderen en twee Egyptische gastrenners. Het ging als de brandweer en mijn benen voelden prima. De anderen vroegen mij waarom me niet als racer had ingeschreven, het antwoord kwam na de lunch, toen ik de geleverde inspanningen moest bekopen. Ik moest lossen en kwam uiteindelijk als vijfde binnen, de volgende zat op minstens een uur.
Tot nu toe (we zitten in Safaga) is het fantastisch. Prachtig weer, alle dagen (behalve de eerste) met een forse rugwind langs de Rode Zee. Gisteren mijn persoonlijk record verbeterd: 36 km/uur gemiddeld over 140 km, even noteren graag!
Morgen gaan we landinwaarts naar de Nijl, om overmorgen de eerste rustdag in Luxor te hebben.



Klaar voor vertrek


Na 3 jaar dromen en 1 jaar voorbereiden is het dan eindelijk zover: ik sta in Caïro. Het lijf is goed, de geest ook, de fiets is in tip-top-shape, wat mij betreft kunnen we van start gaan.
De reis is goed verlopen. Het moeilijkste punt lag direct in het begin op Schiphol: het afscheid nemen van Helène, Guus en Lieke. We hebben er alle vier tegen aan zitten hikken de afgelopen weken, en ineens is het moment daar. Veel hugs, veel tranen, veel opgestoken duimen, ik vond het moeilijk.
Na een soepele vlucht via London, stond ik om 23.00u op het vliegveld van Caïro. De bagage kwam ongeschonden van de band, met uitzondering van de fiets: die was er gewoon niet. Lastig als je 11500 km moet gaan fietsen!
Ik kon gelijk aan de bak met diverse Egyptische functionarissen en formulieren. Met mij waren er nog vier Tour d’Afrique rijders hun voertuig kwijt. Na een hoop heen en weer geloop en gehossel bleek er in de hoek van de aankomsthal een stapel met vijf fietsdozen te staan. Pffff!
In ogenschouw nemend hoe vervolgens de fietsen in het busje werden gepropt mag het een wonder heten dat er nog op gefietst kan worden. Gelukkig kwam mijn fiets ongeschonden uit de strijd en staat hij inmiddels als een arabisch raspaadje te glimmen in mijn hotelkamer, klaar om te vertrekken.
Donderdag heb ik de pyramides bezocht, indrukwekkend. ‘S avonds bood het Ministerie van Tourisme ons een diner aan op een boot in de Nijl, compleet met muziek en buikdanseres. Een goede manier om de verschillende deelnemers te leren kennen. Vandaag nog de laatste voorbereidingen, startnummer in ontvangst nemen (is 109 geworden), de bagage herverdelen over Red Box en één tas, en dan kunnen de beentjes aan de slag. Eindelijk.