
Een bericht uit Dongola, een middelgrote stad aan de Nijl, ongeveer halverwege tussen Khartoum en de grens met Egypte. We kamperen hier op een terrein waar ooit een dierentuim was gevestigd. Kijkend naar het aantal kinderen dat over het hek een glimp van ons wil opvangen, is het aapjes kijken hier nooit opgehouden.
De afgelopen vier dagen hebben we 430 km afgelegd door de woestijn, 90% hiervan was onverhard: soms aangestampte grond, soms los zand waarin je fiets smoort, en bijna altijd voorzien van een structuur met ribbels overdwars: het beruchte wasbord-wegdek. Het remt natuurlijk enorm af, en werkt ook erg vermoeiend: je moet continu het juiste pad zien te vinden om de trillingen niet te groot te laten worden. Ik ben ontzettend blij dat ik een mountain-bike heb gekocht voor deze tocht, voorzien van voor-vering, daardoor is het het iets minder zwaar. Aan het einde van de vier dagen “off the road” zit een groot aantal mensen en fors doorheen, sommigen hebben vier dagen achtereen van 8.00u tot 16.30u in het zadel gezeten. Ik vond het ook zwaar maar kon gelukkig toch nog wel enige snelheid ontwikkelen. De vorm is nog steeds goed, de gezondheid ook, alles gaat goed.
Het landschap waar je doorheen rijdt is adembenemend mooi: gortdroog, enorm wijds en leeg, prachtig. De dorpjes langs de route zijn arm maar iedereen heeft fantastsich mooie lemen huizen: ruim opgezet en zo gebouwd dat de hitte zo weinig mogelijk pijn doet. De mensen zijn open en vriendelijk en willen graag een praatje met je maken of op de foto. Dit geldt ook voor de vrouwen met sluier. Kortom: tot nu toe lijkt Sudan niet op het beeld dat normaliter in de media wordt geschetst (maar dat gaat dan ook bijna nooit over de gewone mensen).
De temperatuur is langzaam aan het klimmen, we fietsen nu op het heetst in 30 graden, goed te doen dus. Het zal de komende dagen alleen maar warmer worden, we gaan zien hoe goed ik er tegen kan.
Morgen vertreken we richting Khartoum, 600 km in 5 dagen. Gelukkig ligt er de hele weg asfalt, dat moet te doen zijn.
