
De laatste rustdag in Gondar, afgelopen zondag, liep niet zoals gehoopt: s middag tijdens de lunch begon ik me niet helemaal top te voelen, 's avonds ben ik vroeg en rillend in bed gedoken. Van slapen kwam niet veel, want om de paar uur kon ik richting het toilet om mijn ingewanden te legen. Gelukkig was ik 's ochtend dusdanig hersteld dat ik toch op de fiets kon. De volgende nacht weer hetzelfde verhaal: veel de tent uit om de latrine te bezoeken, met als gevolg dat ik 's ochtend niet in mijn beste vorm (understatement) aan de volgende (gelukkig korte) etappe kon begonnen. Uiteindelijk ging het beter dan verwacht, maar echt vrolijk wordt je er niet van. Daarna een rustdag waarop ik goed kon bijkomen, en inmiddels voel ik me weer helemaal top.
De gefietste etappes gingen door prachtige landschappen zonder al te veel klimwerk. De weg was nieuw, Ethiopie is duidelijk bezig zijn infrastructuur op orde te brengen. Sommige ethiopische kinderen vinden het leuk om als je langs fietst, je van alles toe te roepen en vervolgens een steentje naar je te gooien. Een kleintje is niet erg, maar je kan het overdrijven: net toen ik in een afdaling met 65 km/u naar beneden vloog, trof ik zo'n krengtje die het leuk vond een steen van een kilo tegen mijn knie aan te gooien. Ik snap nog steeds niet waarom er geen zware schade ontstond.
Gisteren aangekomen in Bahir Dar, een stadje aan het Tana-meer. Het is dat er ethiopisch schrift op de borden staat, maar anders zou je je in Italie wanen.
Morgen gaat de karavaan verder voor het stuk naar Addis Abeba. We gaan het hoogste punt van de Tour aandoen (>3000m) en natuurlijk komt de koninginne-etappe aan bod: op zaterdag de Blue Nile gorge 2000m in en dan weer 2000m omhoog.

