14 februari 2008

En toen was ik aan de beurt ….


De laatste rustdag in Gondar, afgelopen zondag, liep niet zoals gehoopt: s middag tijdens de lunch begon ik me niet helemaal top te voelen, 's avonds ben ik vroeg en rillend in bed gedoken. Van slapen kwam niet veel, want om de paar uur kon ik richting het toilet om mijn ingewanden te legen. Gelukkig was ik 's ochtend dusdanig hersteld dat ik toch op de fiets kon. De volgende nacht weer hetzelfde verhaal: veel de tent uit om de latrine te bezoeken, met als gevolg dat ik 's ochtend niet in mijn beste vorm (understatement) aan de volgende (gelukkig korte) etappe kon begonnen. Uiteindelijk ging het beter dan verwacht, maar echt vrolijk wordt je er niet van. Daarna een rustdag waarop ik goed kon bijkomen, en inmiddels voel ik me weer helemaal top.
De gefietste etappes gingen door prachtige landschappen zonder al te veel klimwerk. De weg was nieuw, Ethiopie is duidelijk bezig zijn infrastructuur op orde te brengen. Sommige ethiopische kinderen vinden het leuk om als je langs fietst, je van alles toe te roepen en vervolgens een steentje naar je te gooien. Een kleintje is niet erg, maar je kan het overdrijven: net toen ik in een afdaling met 65 km/u naar beneden vloog, trof ik zo'n krengtje die het leuk vond een steen van een kilo tegen mijn knie aan te gooien. Ik snap nog steeds niet waarom er geen zware schade ontstond.
Gisteren aangekomen in Bahir Dar, een stadje aan het Tana-meer. Het is dat er ethiopisch schrift op de borden staat, maar anders zou je je in Italie wanen.
Morgen gaat de karavaan verder voor het stuk naar Addis Abeba. We gaan het hoogste punt van de Tour aandoen (>3000m) en natuurlijk komt de koninginne-etappe aan bod: op zaterdag de Blue Nile gorge 2000m in en dan weer 2000m omhoog.

Tot ziens Sudan, welkom Ethiopie


We hebben de afgelopen week het laatste stuk van Sudan afgelegd. In vier dagen 580 km over goed geasfalteerde (en soms erg drukke) wegen naar de grens met Ethiopie bij Galabat. De wind was niet extreem, maar stond wel steeds tegen waardoor de snelheden niet hoog waren. De temperatuur begint nu echt tropisch te worden: we vertrekken om 7.45u met 24 graden, om 10.30 zitten we al ruim boven de 30 en na de middag loopt het kwik op tot 42 graden.Ik kan het gelukkig goed verdragen. Veel drinken is het devies: water, sportdrank, en zo min mogelijk cola-stops langs de weg overslaan.
De grens met Ethiopie is ook de plek vanaf waar er weer bier te verkrijgen is. De bijna voltallige equipe stortte zich dan ook op het geestrijk gerstenat. Een koud biertje heeft mij nog nooit zo goed gesmaakt.
We zitten nu in Gondar, een prachtige oude stad ten noorden van het Tana-meer. Tijdens de afgelopen twee fietsdagen hiernaar hebben we Ethiopie goed leren kennen: onverharde wegen en veel klimmen in prachtige landschappen. Beide dagen waren erg waar, veel mensen zijn hun EFI-status kwijtgeraakt. Mijn eigen EFI is nog in tact.
In Ethiopie is de engelse taalblijkbaar nog niet zo goed ingedaald, want de meesten spreken maar één woord:"you". Een enkeling voegt er nog "hey"aan toe. Heel apart om door een dorp te fietsen en uit 100 kelen "hey you, you, you, …, you" te horen.
De verwachte overlast van Ethiopische kinderen leek vrijdag nogal mee te vallen, vandaag waren er wel een aantal vervelende incidenten: Van de Ierse deelnemers Connor is tijdens een cola-stop zijn camera en portemonnaie gerold, sommige kinderen zijn er zelfs in geslaagd om tijdens het fietsen iets uit het zadeltasje van een TdA-deelnemer te halen. (lijkt moeilijker dan het is: bij een steile klim ga je zo langzaam dat iemand makkelijk mee kan rennen). Ik heb me hiertegen gewapend door op gezette tijden met een ferme hollandse vloek de kinderen van me af te houden.
Morgen een rustdag, lekker bijtanken en uitrusten, overmorgen wacht er ongetwijfeld weer veel klimwerk.

De kampioen van Sudan


Tijdens de etappe van 4 februari zag ik op km 90 een onbekende renner naderen in mijn spiegeltje.Toen hij de aansluiting maakte, gaf hij een korte groet, en kroop hij in mijn wiel, om daar de eerste 20 km niet meer uit te komen.
Ik ging aan de kant de weg een cola'tje drinken, mijn Sudanese fellow-traveller ging mee, en stelde zich voor (nadat hij er op gestaan had het cola'tje te betalen): Hij heette Awad Ibrahim Mohammed, en voegde daar droog aan toe: "I'm the champion of Sudan". Meer engels sprak hij niet
De fiets waar hij op reed zou ik op Koninginnedag nog niet voor 5 euro durven aan te bieden: een stalen Raleigh uit de jaren 70, verroeste ketting en tandwielen, racestuur zonder lint, de banden hadden nauwelijks verbinding met de velg en leken er elk moment te kunnen aflopen. Mijn aanbod om ze voor hem op te pompen, werd niet in dank aanvaard, meer spanning konden ze niet hebben. Ook zijn fietskleding leek zo bij het Leger des Heils vandaan te komen.
Na de cola gingen we weer op pad. Awad bleef de zelfde aanpak hanteren: geen meter kopwerk doen, alleen maar in het wiel. Zou Joop Zoetemelk een Sudanese tak in zijn familie hebben?
Aangekomen bij de finish op km 145 namen we afscheid Awad draaide zijn fiets om, klaar om de weg terug te aanvaarden: dezelfde 145 km nog eens terug naar Khartoum!