
Na twee weken van gedwongen rust, is op zondag 16 maart de Tour voortgezet. We zijn in zeven etappes van Arusha naar Iringa gereden. Alleen de eerste dag was over asfalt, daarna werd het een dirt road. Daarnaast is maart in Tanzania de regentijd, bij veel regen wordt het fietsen modderhappen. (door fiets en berijder).
We zitten nu in Iringa, in het midden van Tanzania, we hebben de zes off-road dagen achter de rug. Het was zwaar, soms erg zwaar, maar goed te doen en erg leuk. In zulk terrein komt het niet alleen aan op hard trappen, maar ook op goed sturen. Gelukkig is de wateroverlast achterwege gebleven, op een paar plassen na. Alleen de laatste dag was er een bui tijdens het fietsen.
Ik ben (op de eerste dag na) met gemiddeldes binnengekomen van rondom de 20 km/uur, dus echt opschieten zit er niet in.
Het landschap is groen en weids, een beetje savanne-achtig. De mensen zijn erg vriendelijk en open. Ik heb inmiddels pijn in mijn kaken van het “jambo” roepen (betekent “hallo” in het swahili). Engels is de tweede taal in Tanzania, dus dat bevordert de communicatie erg.
In Arusha zijn er 12 nieuwe sectional rijders bijgekomen. Het is leuk om weer wat fris bloed in de groep te krijgen.
Het off-road rijden is nu nagenoeg afgelopen, het is alleen nog maar asfalt tot aan Kaapstad (met uitzondering van vier kleine stukken in Namibië). Van Iringa tot aan de grens met Malawi is het nog vier dagen fietsen.