
Het vertrek uit Lilongwe op vrijdag 4 april luidde een aantal veranderingen in. Allereerst verdwenen de regenwolken en de hieruit vallende buien, we fietsen weer onder een staalblauwe hemel. Na de zuidelijke koers die we de afgelopen weken gevolgd hebben, gaan we nu in zuid-westelijke richting. Dit blijven we doen tot aan Windhoek, Namibië, eind april. De lengte van de etappes gaat nu ook drastisch omhoog. Tot nu hebben we gemiddeld 115 km per dag gereden, dit gaat nu naar 150 km per dag.
En natuurlijk hebben we die vrijdag Malawi verlaten, om Zambia, het zevende land van de tour binnen te rijden. Volgens één van de Zuid Afrikaanse deelnemers gaan we vanaf nu bij elke grensovergang een stapje omhoog in kwaliteit van de voorzieningen en infrastructuur.
We zijn in 5 dagen naar Lusaka, de hoofdstad van Zambia, gereden over een weg die soms erg goed was, en soms vol zat met enorme gaten van een halve meter doorsnee. Het is opletten geblazen dus om niet in zo’n gat te rijden. Op zaterdag stond de één na langste etappe van hele tour op het programma, een rit van 195 km. Veel deelnemers hadden zo’n afstand nog nooit gereden en zagen er fors tegen op.Uiteindelijk is het allemaal goed verlopen, de laatste deelnemer kwam even voor donker het kamp in rijden. De dag erna gingen er wel wat meer rijders op de truck dan normaliter het geval is.
Zambia is een dun bevolkt land, langs de weg is het vaak uitgestorven, in de dorpen en steden staan de mensen (vooral kinderen) je toe te juichen. Wuivend als Prins Bernard rijd ik er langs, continu de drie vragen beantwoordend: How are you, Where are you going en What is your name.
Donderdag gaan we weer op pad om in drie dagen bij de Victoria Falls uit te komen. Hier hebben we twee rustdagen de tijd om één van de activiteiten op, in, boven of naast het water te doen. Het wordt daar niet voor niets de Adrenaline Capitol of Africa genoemd!