
Ik schrijf dit stukje uitkijkend over de Oranje-rivier, die de grens vormt tussen Zuid Afrika en Namibië. We genieten op deze prachtige plek van onze laatste rustdag voordat we de laatste loodjes richting Kaapstad gaan afleggen.
We zijn hier in zes dagen naar toe gereden vanaf Windhoek. Drie ervan gingen over een prachtige asfalt-weg met weinig verkeer. Het landschap was leeg en vlak, en deed erg aan Arizona, USA denken: in de verte een bergmassief, naast de weg een verlaten spoorweg, en zo ver het oog reikt woestijn. Heel mooi maar ook een beetje saai. Voor de laatste drie etappes had de Tour-organisatie een fantastisch programma opgesteld. We verlieten het asfalt om drie dagen lang over ongeplaveide weg naar Noordoewer te rijden, inderdaad gelegen op de noordoever van de Oranje-rivier. De route ging door het Fish River Canyon National Park, ook wel de Grand Canyon van Afrika genoemd. Met name de laatste etappe van174 km, waarvan 128 over offroad, met een klim van 20 km er in, en een forse tegenwind de laatste 40 km, boezemde de meeste rijders veel angst in. Vooral ook omdat de gehele ploeg inmiddels in een soort afscheidstemming verkeert, en min of meer er van uit ging dat het zwaartse achter ons ligt.
Uiteindelijk is (bijna) iedereen op tijd binnengekomen, onder de indruk van het prachtige landschappelijk schoon dat onderweg te zien was. Ik vond het één van de mooiste stukken uit de gehele Tour d’Afrique.
Zoals gezegd, het naderende einde van de Tour beheerst nu de geprekken. Er wordt al druk geëvalueerd, en gespeculeerd over hoe de ontvangst in Kaapstad op 10 mei zal zijn. Voor mij komt het eind van de Tour precies op tijd: het is mooi geweest, ik heb er met volle teugen van genoten, maar 4 maanden is ook erg lang. Helene, Guus en Lieke bevinden zich inmiddels in Zuid Afrika en vieren vakantie in Kaapstad en omgeving, op 10 mei staan ze op me te wachten aan de finishlijn, een moment dat ik in gedachten al tien keer heb meegemaakt. Op naar Kaapstad!

