6 mei 2008

De laatste grens


Ik schrijf dit stukje uitkijkend over de Oranje-rivier, die de grens vormt tussen Zuid Afrika en Namibië. We genieten op deze prachtige plek van onze laatste rustdag voordat we de laatste loodjes richting Kaapstad gaan afleggen.
We zijn hier in zes dagen naar toe gereden vanaf Windhoek. Drie ervan gingen over een prachtige asfalt-weg met weinig verkeer. Het landschap was leeg en vlak, en deed erg aan Arizona, USA denken: in de verte een bergmassief, naast de weg een verlaten spoorweg, en zo ver het oog reikt woestijn. Heel mooi maar ook een beetje saai. Voor de laatste drie etappes had de Tour-organisatie een fantastisch programma opgesteld. We verlieten het asfalt om drie dagen lang over ongeplaveide weg naar Noordoewer te rijden, inderdaad gelegen op de noordoever van de Oranje-rivier. De route ging door het Fish River Canyon National Park, ook wel de Grand Canyon van Afrika genoemd. Met name de laatste etappe van174 km, waarvan 128 over offroad, met een klim van 20 km er in, en een forse tegenwind de laatste 40 km, boezemde de meeste rijders veel angst in. Vooral ook omdat de gehele ploeg inmiddels in een soort afscheidstemming verkeert, en min of meer er van uit ging dat het zwaartse achter ons ligt.
Uiteindelijk is (bijna) iedereen op tijd binnengekomen, onder de indruk van het prachtige landschappelijk schoon dat onderweg te zien was. Ik vond het één van de mooiste stukken uit de gehele Tour d’Afrique.
Zoals gezegd, het naderende einde van de Tour beheerst nu de geprekken. Er wordt al druk geëvalueerd, en gespeculeerd over hoe de ontvangst in Kaapstad op 10 mei zal zijn. Voor mij komt het eind van de Tour precies op tijd: het is mooi geweest, ik heb er met volle teugen van genoten, maar 4 maanden is ook erg lang. Helene, Guus en Lieke bevinden zich inmiddels in Zuid Afrika en vieren vakantie in Kaapstad en omgeving, op 10 mei staan ze op me te wachten aan de finishlijn, een moment dat ik in gedachten al tien keer heb meegemaakt. Op naar Kaapstad!

Namibië


* Steden hebben Noord Amerikaanse uitstraling
* Mercedessen en BMW’s op de wegen
* Drie talen worden door elkaar gebruikt: in Windhoek zijn straten, strassen en roads
* Heel dun bevolkt
* Een erg populaire vakantiebestemming voor Zuid Afrikanen
* Grote boerdeijen
* Kokerbomen (Quivertrees)
* Baaie dank!

De deelnemers aan de Tour d’Afrique


Toen ik begin januari de voor het eerst de ontbijtzaal van het Cataract hotel in Cairo binnenstapte, was ik enorm benieuwd naar wie ik daar zou aantreffen en waar ik 4 maanden mee zou optrekken. Wie is dè TdA-rijder?
Zijn het vooral fietsfanaten die alleen maar over tandwielen, frames en crancksets kunnen praten? Zijn het in zichzelf gekeerde duursporters met maar één focus: de finishlijn? Zijn het ervaren wereldreizigers die van continent naar continent hoppen? Na vier maanden met deze groep door Afrika gefietst te hebben, kan ik één antwoord wel geven: Dè TdA-rijder bestaat niet, iedere deelnemers heeft zijn eigen verhaal, en zijn eigen invulling van de Tour.
Eerst de feiten (ik beperk me tot de 55 full-riders, degene die het hele stuk fietsen): de jongste deelnemer is 22, de oudste is in april 68 geworden. Er is niet een leeftijdsgroep die er qua aantal uitspringt.. Er zijn maar liefst 9 deelnemers van boven de 60. Ik schat de gemiddelde leeftijd op 45. Er doen 17 vrouwen mee en 38 mannen. Onder de 55 deelnemers bevinden zich 7 echtparen/koppels en 2 vader/zoon combi’s. Canada is met 22 deelnemers de grootse leverancier, Nederland komt met 9 rijders op de tweede plaats.
Sommige deelnemers zijn gepensioneerd of hoeven zich om andere redenen geen zorgen te maken over werk. Er is een aanzienlijk aantal deelnemers dat zich op een kruispunt in hun leven bevindt: ze zijn net afgestudeerd of hebben hun baan opgezegd, en gaan na de Tour d’Afrique een nieuwe baan zoeken. In welke richting dit zal zijn is niet voor iedereen al duidelijk. Een derde groep wordt gevormd door mensen die in dezelfde situatie verkeren als ik: door dagen of geld te sparen of door gebruik te maken van een in hun land geldende regeling, hebben ze de mogelijkheid gecreerd om vier maanden door Afrika te fietsen.
Onder de deelnemers bevinden zich veel duursporters: er doen tri-atleten mee, marathon-lopers (ik tel twee pr-en van onder de drie uur) bergbeklimmers, wielrenners, etc. Aan de andere kant zijn er ook nogal wat mensen met weinig sportieve ervaring, die met fietsen zijn begonnen om zich voor te bereiden op de Tour d’Afrique.
Ik denk dat de verhouding tussen degenen die meedoen vooral vanwege de uitdaging (“kan ik van Cairo naar Kaapstad fietsen”) en degene die de Tour voornamelijk zien als een mogelijkheid om Afrika te leren kennen, ongeveer 50/50 is. De eerste groep houdt zich bezig met zaken als EFI, en klimt ook op de fiets als ze zich niet helemaal fit voelen, in de tweede groep wordt geregeld een dagje niet gefietst of neemt iemand een paar dagen vrijaf om een bepaalde toeristische plek te bezoeken. Het één hoeft het ander niet te bijten, en doet dat dan ook niet: een opvallende aspect aan deze groep Afrika-fietsers is dat er nauwelijks serieuze conflicten zijn geweest, en dat we ondanks veel verschillende karakters en motieven, op een harmonieuze manier naar Kaapstad zijn gekoerst.